Zin der zotheid

Zin der zotheid


Auteur:Inge Mans

  • Nederlands
  • 416 pagina’s
  • Uitgeverij Prometheus
  • augustus 1998
  • Samenvatting

    ‘Er waren eens geen zwakzinnigen,’ zo begint Zin der zotheid. Om vervolg een hele stoet geboren idioten, echte zotten en onnozele narren uit Middeleeuwen en Renaissance de revue te laten passeren: de Franse hofnar Triboulet, de heilige jozef van Cupertino en het door Luther vervloekte duivelskind uit Dessau. Over de geschiedenis van zotten, onnozelen en zwakzinnigen, die in vroeger tijden als vermakelijk, heilig, duivels of minderwaardig golden en mensen met een verstandelijke handicap’ heten, is tot op heden weinig bekend.Hoe leefden geboren idioten en zotten, hoe gingen anderen niet hen om en in hoeverre zijn zotten en onnozelen van weleer te vergelijken met de latere zwakzinnigen? Aan de hand van onderwerpen als zotheidsfeesten en narrencultuur, de zorg voor armen van geest en andere armen in kost-, gast-, dol- en verbeterhuizen, volkstradities en rituelen rond de geboorte van een kind met afwijkingen brengt Inge Mans in het eerste deel van het boek de verschillende betekenissen in beeld die voor 1800 aan zotten, onnozelen en idioten toegekend werden. In het tweede deel beschrijft Mans de negentiende-eeuwse Opkomst van het begrip zwakzinnigheid zoals wc dat nu kennen. Dit gebeurt aan de hand van de ‘ontdekking’ van de opvoedbaarheid van zwakzinnigen, de opkomst van specifieke inrichtingen, werkplaatsen en scholen voor zwakzinnigen pedagogisering van de naoorlogse zwakzinnigenzorg en het recente streven naar integratie en emancipatie van zwakzinnigen.Zin der zotheid, het eerste boek dat een breed overzicht geeft van de cultuurgeschiedenis van zwakzinnigen tot nu toe, heeft de diepgang van wetenschappelijk onderzoek en is bovendien zeer beeldend en levendig geschreven. Het resultaat is een bijzondere geschiedenis die recht doet aan de bijzondere mensen die zwakzinnigen zijn.