Waarom Zijn Er Zoveel Soorten?

Waarom Zijn Er Zoveel Soorten?


Auteur:Menno Schilthuizen

  • Nederlands
  • 196 pagina’s
  • Knnv
  • april 2010
  • Samenvatting

    Waarom zijn er zoveel soorten Bioloog MenWaarom zijn er zoveel soorten Bioloog Menno Schilthuizen verbaast zich in Waarom zijn er zoveel soorten? over de enorme soortenrijkdom in zijn achtertuin op Borneo. De tuin van zijn buurvrouw bevat ongetwijfeld een heel andere biodiversiteit, getuige de paradijsslang en de neushoornkevers. Als hij alle soorten zou tellen, springend over het ene tuinhek na het andere, hoe snel zou de soortenlijst dan groeien, vraagt hij zich af. Waarom is die zo groot? En houdt het ergens op? Schilthuizen neemt de lezer mee naar grotten, oerwouden en koraalriffen om die vragen te beantwoorden. Hij haalt talloze studies aan, brengt bezoeken aan laboratoria en proefvelden, beschrijft uiteenlopende hypotheses en interacties, en laat de lezer kennismaken met bekende en minder bekende oecologen. Hij laat daarbij zien welke kettingreacties er kunnen optreden bij introductie van exoten en andere milieuverstoringen. Neem bijvoorbeeld de overbejaging van de zeeotter in de Stille Oceaan: daardoor groeit het aantal zee-egels, die op hun beurt het oerwoud van bruinwierlinten in een onderwaterwoestijn doen veranderen. Schilthuizen gaat op zoek naar verborgen schatten, verkent voedselketens en stuit op de plankton-paradox. Waarom zijn er zoveel soorten? duikt op meeslepende wijze in de wereld van complexe oecosystemen. Dankzij de heldere taal en fijnzinnige anekdotes is de wetenschappelijk materie niet alleen interessant voor onderzoekers en ingewijden, maar ook toegankelijk voor de geinteresseerde leek. Menno Schilthuizen is bioloog en wetenschapsjournalist. Eerder schreef hij Het mysterie der mysterien en Kevers op kadavers. no Schilthuizen verbaast zich in Waarom zijn er zoveel soorten? over de enorme soortenrijkdom in zijn achtertuin op Borneo. De tuin van zijn buurvrouw bevat ongetwijfeld een heel andere biodiversiteit, getuige de paradijsslang en de neushoornkevers. Als hij alle soorten zou tellen, springend over het ene tuinhek na het andere, hoe snel zou de soortenlijst dan groeien, vraagt hij zich af. Waarom is die zo groot? En houdt het ergens op? Schilthuizen neemt de lezer mee naar grotten, oerwouden en koraalriffen om die vragen te beantwoorden. Hij haalt talloze studies aan, brengt bezoeken aan laboratoria en proefvelden, beschrijft uiteenlopende hypotheses en interacties, en laat de lezer kennismaken met bekende en minder bekende oecologen. Hij laat daarbij zien welke kettingreacties er kunnen optreden bij introductie van exoten en andere milieuverstoringen. Neem bijvoorbeeld de overbejaging van de zeeotter in de Stille Oceaan: daardoor groeit het aantal zee-egels, die op hun beurt het oerwoud van bruinwierlinten in een onderwaterwoestijn doen veranderen. Schilthuizen gaat op zoek naar verborgen schatten, verkent voedselketens en stuit op de plankton-paradox. Waarom zijn er zoveel soorten? duikt op meeslepende wijze in de wereld van complexe oecosystemen. Dankzij de heldere taal en fijnzinnige anekdotes is de wetenschappelijk materie niet alleen interessant voor onderzoekers en ingewijden, maar ook toegankelijk voor de geinteresseerde leek. Menno Schilthuizen is bioloog en wetenschapsjournalist. Eerder schreef hij Het mysterie der mysterien en Kevers op kadavers.