Vin-Je Dat We Een Hoed Op Moeten?

Vin-Je Dat We Een Hoed Op Moeten?


Auteur:Agnies Pauw van Wieldrecht

  • Nederlands
  • 331 pagina’s
  • Rap
  • juni 2003
  • Samenvatting

    Drie vrolijke staalkaarten van adellijke etiquette, nauwkeurig, met een vrolijke knipoog, en toch prachtig van stijl en sfeer. Samengesteld door een vrouw die het weten kan: jonkvrouw Agnies Pauw van Wieldrecht. Welke woorden en uitdrukkingen zijn bon ton bij de adel – welke uit den boze? Hoe klinkt ‘Hagois’? – adellijk nep-Frans (flux de bouche). Een reeks nostalgische kinderboeken en de basis-etiquette voor elke baron of barones die aan lager wal is geraakt. ‘Dames, tot het laatst parfum opdoen – misschien slechts een druppel.’ ‘Heren, een couvert zilver behouden en altijd de schoenen blijven poetsen!’ Wist men van noblesse oblige? U vraagt naar de ‘wc’ en niet naar het ‘toilet’ dat is een makkelijke. In de bongerd, niet in de boomgaard, drinkt u gezamenlijk nog een drankje – geen aperitief – voor er wordt gegeten (niet gedineerd!). Door het keukenraam ziet u hoe de keukenmeid de sla fatigueert (aanmaakt) en terwijl u een pluisje van uw broek – niet van uw pantalon -plukt, onderhoudt u zich over koetjes en kalfjes (nooit over geld) met de ‘dierbare grootmama’- zeg nooit oma – en wisselt u steelse blikken met de freule, met wie u zich straks hoopt te verloven, pardon ‘engageren’. In Vin-je dat we een hoed op moeten? schetst jonkvrouw Agnies Pauw van Wieldrecht een beeld van de verdwijnende tradities van de adel aan de hand van onderwerpen als eten, hoeden, juwelen. Aan tafel: zie hoe de heer des huizes nog eenmaal het dampend stuk vlees ronddraait en keurt, voor hij het recht op de draad aansnijdt. Op de vrije zaterdag: hoe kleedde en gedroeg men zich op de tennisbaan? Tot het laatste chapiter van adellijke etiquette: hoe gedroeg men zich in tijden van rouw in een tijd dat een begrafenisstoet van alle kanten voorrang had. En kreeg.