Met levend materiaal copijn 1763-2013

Auteur:Mariette Kamphuis

  • Nederlands
  • 320 pagina’s
  • Hef Publishers
  • maart 2014
  • Samenvatting

    Geen enkele familie in Nederland bleef zo lang in het ‘tuinvak’ werkzaam als de familie Copijn. Aan hun geschiedenis is de ontwikkeling van het kwekersvak en de tuin-en landschapsarchitectuur nauwkeurig af te lezen. Verrassend is te zien hoe het ‘levend materiaal’ in de loop der eeuwen steeds het uitgangspunt blijft, maar anders wordt beleefd: van de exotische bomen in romantische wandelparken met tot en met de bladplanten in de verticale tuinen op futuristische gebouwen.In dit rijk geillustreerde boek met talrijke schitterende plattegronden en foto’s vertelt kunsthistorica Mariette Kamphuis hoe de – voor een groot deel nog bestaande – parken, landgoederen, golfterreinen, daktuinen en andere groenontwerpen van de familie Copijn tot stand kwamen. Tweehondervijftig jaar geleden, in 1763 begon Hendrik Copijn zijn loopbaan als eenvoudige dagloner in Groenekan. Hij werkte zich op tot tuinbaas en startte met zijn zoon op de humusrijke zandgrond een eigen boomkwekerij. Volgende generaties ontwikkelden zich halverwege de negentiende eeuw tot succesvolle landschapsarchitecten. Het levend materiaal speelde in al zijn soortenrijkdom de hoofdrol in hun ontwerpen voor tuinen, parken en stedelijke plantsoenen. Met hun spiegelende vijverpartijen en monumentale bomen vormen deze tegenwoordig nog altijd een geliefde wandelplek, zoals het Wilhelminapark in Utrecht, het Rengerspark in Leeuwarden en het Van Boetzelaerpark in De Bilt. Ook grote particuliere Copijntuinen uit de negentiende eeuw bleven behouden, zoals het kasteelpark vanDe Haar bij Haarzuilens en Hydepark bij Doorn.In de twintigste eeuw verlegde het werkterrein van de Copijns zich naar recreatiegebieden, waaronder de Biltse Duinen en bekende golfclubs zoals de Kennemer Golf bij Zantvoort en de Haagse Golf in Wassenaar. De Copijns ontwierpen ook talrijke villatuinen, waarbij steeds hun bijzondere kennis van ‘het levend materiaal’ het uitgangspunt bleef.In de Jaren tachtig van de twintigste eeuw pionierden de Copijns op het gebied van de boomchirurgie, met spectaculaire reddingsoperaties van eeuwenoude bomen. In die tijd begon ook Copijn Groenadviseurs in Utrecht een bureau dat op ontwerpgebied naam maakte, onder meer met grote daktuinen en renovaties. Aan het begin van de eenentwintigste eeuw baarde Copijn Tuin- en landschapsarchitecten opzien met verticale tuinen; de zogenoemde ‘wonderwalls’ en de beplanting in het futuristische paviljoen op de wereldexpositie in Hannover van het Rotterdamse architectenbureau MVRDV.Tegenwoordig is ‘Copijn’ een merknaam van een bureau in Utrecht dat zich opgesplitst heeft in tuin- en landschapsarchitecten, boomspecialisten en groenbeheer. Een van hun spraakmakende ontwerpen is de renovatie van de Rijksmuseumtuin.