Handboek cardiovasculair risicomanagement

Handboek cardiovasculair risicomanagement


Auteur:Adriaan Kooy

  • Nederlands
  • 356 pagina’s
  • Prelum Uitgevers
  • augustus 2012
  • Samenvatting

    Cardiovasculair risicomanagement (CVRM) heeft zich ontwikkeld tot een vorm van preventieve geneeskunde met goede bewijskracht. Een voorwaarde voor de toepassing van CVRM is een voldoende hoog absoluut cardiovasculair risico bij de individuele patient. Dat risico is vooral verhoogd bij de patient met diabetes, reumatoide artritis, chronisch nierlijden, een al bestaand cardiovasculair lijden, een belaste familieanamnese en/of een combinatie van risicofactoren. Meerdere onderzoeken bekrachtigen de meerwaarde van een integrale multifactoriele aanpak, gericht op alle relevante risicofactoren. Daarbij is goede geneeskunde geen ‘getallengeneeskunde’ gericht op een bloeddruk of een cholesterolwaarde, maar geneeskunde met oog voor de patient als geheel, gericht op een positieve beinvloeding van de kwaliteit van leven en de levensverwachting. Preventieve geneeskunde is breder dan CVRM. Daarom is in het belang van de patient een brede visie van de zorgprofessional nodig. Welke consequenties hebben bepaalde behandelstrategieen? Welke keuzes maken we, ook als we ons richten op determinanten als gewicht, het risico op comorbiditeit, de kwaliteit van leven en de veiligheid van geneesmiddelen?Met deze filosofie behandelt het Handboek cardiovasculair risicomanagement de diverse deelonderwerpen , verdeeld over zes thema’s (hart- en vaatziekten – cardiovasculaire risicopatienten – cardiovasculaire risicofactoren – cardiovasculair risicomanagement – zorg op maat – toepassing in de praktijk) en 23 hoofdstukken, ondersteund door uitgebreid literatuuronderzoek. De nieuwe, multidisciplinaire richtlijn Cardiovasculair Risicomanagement (herzien in 2011) geldt bij de risicoschatting en de behandelkeuzes onomstotelijk als leidraad. Het Handboek cardiovasculair risicomanagement is een actuele, praktische en rijk geillustreerde uitgave die is bedoeld voor vrijwel alle zorgprofessionals, zoals bijvoorbeeld huisartsen, internisten, cardiologen, bedrijfsartsen, (praktijk)verpleegkundigen en degenen die daarvoor in opleiding zijn.