Geschiedenis van Amsterdam / 1 Een stad uit het niets

Geschiedenis van Amsterdam / 1 Een stad uit het niets


Auteur:nvt

  • Nederlands
  • 542 pagina’s
  • SUN
  • mei 2004
  • Samenvatting

    Amsterdam is onder de Hollandse steden een relatief jonge stad. Dordrecht, Leiden en Haarlem kunnen bijvoorbeeld bogen op een hogere ouderdom. Pas tegen het einde van de dertiende eeuw zet het proces van verstedelijking door. De dam in de Amstel wordt een bindende factor tussen een vijftal kleine bewoningskernen die op beide oevers van de Amstel waren ontstaan. In het midden van de vijftiende eeuw is Amsterdam uitgegroeid tot de rijkste koopmansstad in Holland.Amsterdam is als het ware uit het niets ontstaan. Het kleine vlekje aan de monding van de Amstel had het geluk over een goede en veilige haven te beschikken. Aanvankelijk passieve, later ook actieve handel en het ontstaan van nijverheid, zoals de textielnijverheid, maakten van Amsterdam een voor velen aantrekkelijke stad. Immigranten deden de bevolking groeien met als gevolg dat de stad enkele malen moest worden vergroot. Voor de samenleving betekende dit dat deze aanzienlijk complexer werd en dat de eenheid onder druk kwam te staan. Het stadsbestuur verstevigde zijn greep op het stedelijke wel en wee, gebruikmakend van zijn op privileges gestoelde autonomie. Het groeiende zelfbewustzijn van de stedelingen manifesteerde zich al vroeg in het religieuze leven, waarin de burger als individu een steeds grotere rol ging spelen. Gilden en broederschappen waren uitingen van saamhorigheid en caritas. De burgerij was trots op haar stad en gaf daaraan op verschillende wijze uiting. De reeks schuttersstukken, een Amsterdamse vinding, verbindt broederschapgedachte aan burgertrots.In de eerste jaren van de zestiende eeuw klopten de ideeen van de Reformatie aan de poort van het katholieke Amsterdam, waardoor de stad verscheurd raakte. Op het Wederdopersoproer van 1535 en de beeldenstorm van 1566 volgden heftige reacties. Amsterdam sloot zich als een van de laatste Hollandse steden bij de Opstand aan, waarmee een tijdvak werd afgesloten.Aan dit deel werkten mee: Marijke Carasso-Kok, Eef Dijkhof, Herman Kaptein, Paul Knevel, Bas de Melker, Henk van Nierop, Ben Speet en Cornelis Verkerk. De beeldredactie was in handen van Nienke Huizinga en Ester Wouthuysen. Het deel wordt ingeleid door E.O.G. Haitsma Mulier.