Plato’s probleem

Plato's probleem

Auteur:
J. Kerstens

  • Nederlands
  • 264 pagina’s

  • Coutinho

  • augustus 1997

  • Samenvatting

    Iedereen spreekt zijn moedertaal, iedereen kent z’n moedertaal. Maar wat ken je eigenlijk, als je je moedertaal kent? En hoe ben je aan die kennis gekomen? Een ding is zeker: niemand heeft je die kennis bijgebracht. De filosoof Plato zou gezegd hebben dat je je die kennis herinnert uit een andere, eerdere wereld. Volgens de linguist Noam Chomsky is die ‘andere wereld’ de wereld van de genen, waar vast ligt wat we kunnen kennen en hoe we aan die kennis kunnen komen. Wat we kennen is dus grotendeels aangeboren. Taalkundigen onderzoeken aangeboren taalkennis, de genetische blauwdruk van onze moedertaal. Dit boek gaat over hun onderzoek, toegespitst op het Nederlands. De lezer krijgt inzicht in de regels van het Nederlands, in de genetische basis daarvan, en in de manier waarop taal zich ontwikkelt tot de taal van de volwassen moedertaalspreker. De auteurs behandelen de deelgebieden syntaxis, fonologie, morfologie en semantiek en gaan bovendien in op taalverandering. Deze inleiding laat de lezer niet alleen de vondsten van de generatieve taalkunde zien, maar ook de vindplaatsen en de manier waarop taalkundigen te werk gaan bij hun onderzoek. Het laat de lezer meebeleven en zelf ervaren wat het inhoudt taalkundig onderzoek te doen.