Johannes Vermeer

Johannes Vermeer

Auteur:
Ton den Boon

  • Nederlands
  • 88 pagina’s

  • Bnm Uitgevers

  • maart 2010

  • Samenvatting

    Johannes Vermeer wordt samen met Rembrandt van Rijn en Frans Hals gerekend tot ‘de grote Drie’: de drie belangrijkste schilders die de Nederlandse gouden eeuw heeft voortgebracht. Vermeer onderscheidt zich van zijn collega’s uit de 17e eeuw biet alleen door zijn kleinere oeuvre, maar ook door zijn moderniteit. In de loop van de 19e eeuw wordt de kwaliteit van Vermeers werk herontdekt. Niet alleen kunstcritici raken in de ban van zijn werk, ook bij het grote publiek wordt Vermeer een populaire schilder. Meesterwerken uit zijn kleine oeuvre staan op veler netvlies gebrand en in talloze woningen hangen reproducties. De serene, verstilde maar tegelijkertijd intense huiselijke scenes van Vermeer hebben talloze schrijvers, dichters en filmmakers in de 20e en 21e eeuw geinspireerd. Vermeer was een uitzonderlijk schilder. Hij was niet alleen een geweldig observator met een fijn oog voor detail, maar ook een schilder met een krachtige verbeelding, die in staat was wat hij zag – voor zijn oog of voor zijn geestesoog – nauwgezet, gedetailleerd en levenecht weer te geven. Deze aspecten maken Vermeer weliswaar tot een beschaafd ambachtelijk schilder, maar het zijn uiteindelijk zijn talent voor compositie en zijn behandeling van het licht die zijn werk geniale meerwaarde verlenen, waardoor alledaagse zaken verheven worden tot bijna onaardse schoonheid.