Goede Humor, Slechte Smaak

Goede Humor, Slechte Smaak

Auteur:
Giselinde Kuipers

  • Nederlands
  • 256 pagina’s

  • Uitgeverij Boom

  • mei 2001

  • Samenvatting

    Hoe hangt gevoel voor humor samen met sociale achtergrond? In hoeverre bepalen factoren als sekse, leeftijd of opleidingsniveau waar wij om kunnen lachen en wat we flauw, banaal, grof of platvloers vinden?In goede humor, slechte smaak onderzoekt de sociologe Giselinde Kuipers sociale verschillen in gevoel voor humor. Als uitgangspunt voor dit onderzoek nam ze de mop – een genre dat in Nederland zeer uitgesproken reacties oproept. Voor sommige mensen gelden moppen als slechte smaak, voor andere is moppen tappen ‘het summum van humor’.Voor dit onderzoek sprak Kuipers uitvoerig met 34 moppenliefhebbers over moppen en humor. Daarnaast sprak ze 32 willekeurige Nederlanders, onder wie zowel moppenliefhebbers als moppenhaters, over wat ze grappig vonden, en wat juist helemaal niet. Zij verspreidde verder een vragenlijst over moppen en humor, en verzamelde zij vele duizenden moppen.Het boek gaat echter niet zozeer over moppen, Als wel over oordelen over moppen. Het vertellen van moppen is een vorm van communicatie die niet iedereen evenveel waardeert: mannen houden er meer van dan vrouwen, lager opgeleiden meer dan hoger opgeleiden. Kuipers beschrijft hoe de waardering van de moppen samenhangt met bredere, overwegend klassegebonden humorstijlen. Niet alleen moppen, alle humor wordt door hoger en lager opgeleiden, en in mindere maten ouderen en jongeren, mannen en vrouwen, verschillen gewaardeerd. Wat voor lager opgeleiden geldt als ‘goede humor’, is voor hoger opgeleiden slechte smaak.