Canon van de huisartsgeneeskunde

Canon van de huisartsgeneeskunde

Auteur:
Jan van Eijck, Barend Haeseker, Joep Jansma, Wouter van Kempen, Harry Vink

  • Nederlands
  • Samenvatting

    De Canon van de huisartsgeneeskunde schetst in ruim vijftig vensters de ontwikkeling van de huisartsgeneeskunde, met name van de organisatie van de huisarts en zijn of haar praktijkuitvoering. De huisarts was vroeger een generalist die in zijn eentje een algemene praktijk uitoefende, inclusief de verloskunde. Tot 1973 kon iedere in Nederland afgestudeerde arts zich hier huisarts noemen. Geleidelijk aan ontwikkelden zich verdergaande opleidingseisen. Uiteindelijk werd voor de opleiding tot huisarts een aanvullende periode van drie jaar noodzakelijk geacht na het behalen van het artsdiploma. De huisartsgeneeskunde kan daarom zowel als een zeer oud als een jong (slechts 40 jaar) vak worden beschouwd.